2004 - Vogezen - Touring Vrienden Uitbergen

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

2004 - Vogezen

Onze Reizen
Ging door van vrijdag 28 mei tot maandag 31 mei.
Heenreis, vrijdag 28 mei 2004
 Vertrek Uitbergen 07u00, het weer was prachtig, en zou ook de ganse dag zo blijven.
Iedereen was perfect op het afgesproken uur aanwezig, zodat we om 07u05 het startschot konden geven.
In Erembodegem werd Daniël opgehaald en een korte briefing gegeven over de mogelijke problemen bij eventuele files. En inderdaad, reeds na enkele kilometers moesten we tussen de auto’s laverend onze weg verder zetten.
Zoals afgesproken werd in Wanlin, juist voor de werken aan de E411 naar Aarlen getankt en gewacht op Willy en Karin die met hun jeep vanzelfsprekend niet tussen de files konden doorrijden.
  
Na de snelweg te hebben gevolgd tot in Nancy, verlaten we deze, om langs ‘regionals’ en ‘departementals’ ons einddoel te bereiken.
Een eerste pit-stop houden we in “St.-Dié des Vosges”, maar door wegenwerken in het anders zo fraaie centrum was het een tegenvallende halte.
Vanaf daar kozen we voor steeds kleinere weggetjes en kwamen we steeds verder in de prachtige natuur van de Vogezen terecht.
Na de lange (ong. 500 km) trip was de volgende stop aan “La Roche Du Diable” in de buurt van Xonrupt-Longemer en Retournemer dan ook een echte verpozing.
De eerste fotootjes werden geschoten en we genoten van het uitzicht over het “Lac de Retournemer” en het dal van de Chajou.
Opvallend was dat de politie zeer actief was in deze buurt.
Op onze rit naar het hotel van hieruit zochten we de eerste echte haarspeldbochtjes op, dit ter voorbereiding van het zware werk morgen.
Bij aankomst in het hotel volgde een kleine teleurstelling, want in plaats van te kunnen logeren in het hoofdgebouw, op welke basis de boeking was gebeurd,
werden we ondergebracht in een bijgebouw, waar de accommodatie (matrassen, grootte van de bedden o.a.) wel iets te wensen overlieten.
Maar niet getreurd, een motard moet meer kunnen verdragen dan dat.
Daar er op het menu  voor het avondmaal enkele onbekende speciën stonden, was de eerste keuze bij sommigen een gok, maar men moet toch de plaatselijke keuken eens proeven. Of niet ?         
Vanuit het restaurant hadden we zoals u ziet een mooi uitzicht op de omliggende heuvels en bossen. (foto)
Bij het eten werd onder het proeven van de zeer lekkere plaatselijke wijn de planning van de volgende dag uit de doeken gedaan, en daarna ging iedereen vermoeid, maar tevreden met de veilige aankomst de slaapstede gaan opzoeken.
Afspraak aan het ontbijt morgen om 08u00.
 
Dag 2: Zaterdag 28 mei 2004
Vandaag staat in het teken van de natuur. In vele routebeschrijvingen wordt de “Route des Crêtes” omschreven als een der mooiste circuits in dit deel van Europa. Het is onze bedoeling om de juistheid van deze beweringen te achterhalen.
Na een stevig ontbijt, en met een stralende zon en een blauwe hemel wordt de rit om 09u00 aangevangen.
Langs Gerardmer, Xonrupt-Longemer, Retournemer, Bramont, Kruth, Fellering en Thann bereiken we Cernay, van waaruit onze route vertrekt tot aan de col du Bonhomme.
Bij een van de eerste mooie meertjes die we voorbijreden werd een fotostop gemaakt, en den oudsten van de groep vond dat er niets beter is voor de zweetvoetjes als een voetbadje in een fris bergmeer.
Prachtig meertje in Wildenstein, tussen Bramont en Kruth, langs de D13b
En inderdaad, reeds na een kilometer beginnen we aan een prachtige, bochtige klim naar de eerste top, en daarna rijden we continue langs slingerende wegen langs de flanken van de “Ballons des Vosges”. Overweldigende vergezichten wisselen af met gevarieerde bebossing en zichten op de verschillende meren die de streek rijk is. Af en toe rijden we zelfs nog een strookje sneeuw voorbij.
 
Vanop het terras van de auberge "Au Vu Des Alpes" kon een wandeling naar de top van de Grand Ballon gedaan worden. Wij hielden het bij een natje en een droogje
Vroegere verslaggevers hadden geen ongelijk als ze hun superlatieven bovenhaalden.
De wegen zijn overzichtelijker en opener dan bijvoorbeeld in het Zwarte Woud, waar men zeer veel tussen de bomen verscholen rijdt. Alleen laat soms de kwaliteit van het asfalt wat te wensen over. Zeker de strepen met bijna vloeibare pek zijn zeer verraderlijk.

Op de klim naar de Grand Ballon (1424 meter), stopten we langs de weg om enkele foto's te nemen van een prachtig uitzicht. Terwijl we zo langs de weg geparkeerd stonden, flitsten tientallen wielertoeristen aan een hoge snelheid de bergweg af. Op zo een moment wou onzen Hugo eventjes lichtvoetig de weg oversteken, maar hij deed voetje over (misschien van het voetbadje ???) en met een majestueuze koprol maakte hij kennis met het asfalt van de hoogste top der Vogezen. Gelukkig zonder moto en met slechts enkele blauwe plekken tot gevolg.
De Vogezen hebben in tientallen oorlogen van strategisch belang geweest. Zo ook in "Den Grooten Oorlog" van 14-18. Toen sneuvelden langs deze route, op het slagveld van de Hartmannswillerkopf, die na de oorlog de "Vieil Armand" genoemd werd,  30.000 soldaten. Op deze heuvel is dan ook een gedenkteken en een groot kerkhof.
 
Hier bijna de ganse bende op de top van het memorial gebouw.
In de crypte was een sober, aangrijpend museum ingericht, waar men bij het bezoek de ernst van de vroegere gebeurtenissen goed aanvoelde.
 
 Aan het einde van de "Route des Crêtes" reden we van op de Col Du Bonhomme door naar we het historische stadje Riquewihr, waar de wijnvoorraad aangevuld werd, en alle dieetvolgers even in zonde vervielen toen ze de lekkere plaatselijke bakkerijspecialiteiten mochten proeven.
 
Dit stadje is een van de oudste van de Elzas, en door het oude centrum verkeersvrij te houden heeft het zijn authenticiteit zodanig kunnen bewaren dat men zich in de middeleeuwen waant eens men de stadsmuren binnenwandelt.

Tijdens de terugrit wordt nog een pitstop gehouden aan de oostelijke oever van het "Lac de Gerardmer", waar men van op het terras van “l’ Auberge Au bord du Lac” een mooi, rustgevend uitzicht heeft over deze bekende waterplas.

Door de frisse bries die ondanks het mooie weer van over het water kwam hielden onze vrouwtjes hun jas het liefste aan , en werd gretig naar de warme chocomelkjes en koffietjes gegrepen. 
 
S’ Avonds wordt na het avondmaal nog gezellig een (of meer) pintje(s) gedronken in de bar van het hotel.
 
Dag 3 : zondag 30 mei 2004
Voor onze derde dag in de Vogezen had men langs verschillende bronnen vernomen dat het heel slecht weer zou worden. Ongerust zoeken naar uitsluitsel in de plaatselijke krant dus. 
In werkelijkheid zag de hemel er veelbelovend blauw uit, en vol goed humeur vertrokken we dus naar Mulhouse om twee musea te gaan verkennen.
 De tourleider zou zichzelf niet zijn moesten we op weg  hiernaartoe de hoofdwegen gevolgd hebben. Nee hoor.  Langs andere, nieuwe kronkelende wegen leidde het pad eerst naar de “Ballon d’Alsace”.
 Deze top, die met zijn 1250 meter bij de hoogste van de Vogezen hoort heeft ons bekoord met zijn hellingen, waarbij  zowel tijdens de klim als de afdaling talloze haarspeldbochten de rit tot een waar genoegen maakten.
Op de top heeft men vergezichten, die reiken van het Zwarte woud, de Alpen  tot de Jura.

Hier is ons Josken bezig de sneeuw aan een echtheidsproef te onderwerpen.(voorzichtig en met een klein hartjen) Merk op de achtergrond de juist opgestegen para-sailor op.

Kleine sneeuwvlekken, opstijgende para-sailers, lieve loslopende berggeitjes met bijhorende bokjes en het mooie weer maakten van deze top een must.
Op de twee heuvels die de top van de ballon uitmaken staan twee verschillende standbeelden. Op een ervan staat Onze Lieve Vrouw, een beeld geschonken door een herder die door haar tussenkomst een zware sneeuwstorm zou overleefd hebben.
Op de andere staat  als eerbetoon een ruiterstandbeeld van de ‘ Maid of Orléans’, Jeanne d’Arc, die met getrokken zwaard streed voor het rijk en het kruis.
Geef toe, men zou voor minder eens een klim wagen.
Na de afdaling naar onze motoren toe werd een kleine drank- en plaspauze ingelast, en werd de rit naar de hoofdstad van de zuidelijke Elzas verdergezet.
Langs, Giromagny, Petitmagny, Bethonvillers, Burnhaupt en dan een stukje ‘route national’ bereiken we Mulhouse.
Hier startten we met een bezoek aan het automuseum, dat voornamelijk bestaat uit de collectie van miljonair Schlumpf.
Dit museum van alleen Europese wagens is volgens de uitbaters het grootste ter wereld in zijn soort, en bevat een schat aan wagens met een historisch verleden.
Er wordt inderdaad de ganse evolutie van ‘koning auto’ in beeld gebracht. Van de eerste eencilinder met houten wielen tot de meest gesofisticeerde formule I bolide. Zelfs een paar motorfietsen ontbreken niet.
    
Na een natje en een droogje wordt koers gezet naar het nationale trein museum van Frankrijk. Maar o wee, o tegenspoed, dit blijkt gesloten tot oktober wegens verbouwingswerken.
Dan maar allemaal samen op de foto met het ‘Suske en Wiske’ loco-motiefje dat eenzaam en verlaten aan de ingang staat. 
Mulhouse verlatend zoeken we terug genot in het nemen van haarspeldbochtjes op de ‘Col du Bussang’, waar we even verpozen aan de bron van de Moezel.
Deze rivier vertrekt hier op een hoogte van 715 meter, om na een tocht van 550 kilometer uit te monden in de Rijn te Koblenz.
Vooraleer naar het hotel te rijden houden we evenals zaterdag halt aan ‘l’ Auberge au Bord du Lac’ te Gerardmer, waar met een frisse pint nagekaart wordt over de voorbije dag.
 ’s Avonds, wanneer het bijna tijd was om Morpheus te vervoegen begon het ook nog te regenen. Gelukkig voor ons nu, en niet op het tijdstip dat we bochtjes aan het pikken waren.
Vandaag heeft ook Piwi zijn steentje bijgedragen om uw info kompleet te maken. Het hotel lag namelijk een 10 tal km buiten Le Tholy, langs de route du Col de Bonnefontaine.
Langs deze route bereikt men ook de watervallen van Tendon.
Deze waterval stort zich, omgeven door prachtig groen in enkele trappen over een hoogte van 39 meter van de rotsen.
  Deze ‘Grande Cascade de Tendon’ was in vogelvlucht slechts een boogscheut van het hotel verwijderd, maar in groep kwam het er niet van om ze te bezoeken.
Onze vroege vogel Piwi heeft zondagmorgen als ochtendwandeling de klim naar de waterval gemaakt, en hij had er geen spijt van. Hij bracht voor ons enkele mooie fotos mee, die we u niet willen onthouden. 
 
Dag 4: de terugreis op maandag 31 mei 2004
Na het ontbijt en de afrekening in het hotel (waar ik nog een korting kon versieren) worden de paarden gezadeld voor de rit huiswaarts. Het weer doet ons twijfelen of de regenbroek aanmoet of niet.
Het regent niet echt, maar op sommige plaatsen ziet de hemel er grauw en grijs uit, maar de andere zijde laat ons hopen op een droge terugrit.
Eens vertrokken begint de zoektocht naar een benzinestation. Tweede Sinksen is ook in Frankrijk een verlofdag, want alle stations die we voorbijrijden zijn gesloten.
Een groot probleem in Frankrijk is ook het verschil in betaalkaarten. Hun stations zijn namelijk uitgerust met betaalautomaten die niet werken met onze bankkaarten. (zij hebben een chip in plaats van een magneetstrook)
Gelukkig hadden we in onze bezemwagen steeds een reserve van 10 liter benzine bij de hand, waardoor de situatie nooit echt kritisch werd.
Langs Gerardmer, St. Dié en Baccarat reden we naar Nancy, waar de autobaan genomen werd tot juist voor Metz.
Hier verlieten we de snelweg om langs landelijke wegen een bezoek te brengen aan het Europese museum van het Bier. Een goede keuze bleek daarna, want deze route leidde langs prachtige glooiende landbouwgronden, afgewisseld met kleine typische dorpskernen en enkele ongerepte natuurgebieden langs de oevers van de hier ontspringend Maas.
Iemand met een beetje liefde voor de natuur kon onderweg verschillende roofvogels in actie zien, en zelfs vossen bewonderen tijdens hun jacht.
In het biermuseum te Stenay kregen we een overzicht van de geschiedenis van het brouwen van het ons aller geliefde bier. Alle processen werden schematisch voorgesteld, en met de nodige oude toestellen gedocumenteerd.
Het schijnt dat zelfs de Egyptenaren reeds bier dronken, ik vraag me af hoe die dan die piramides nog gebouwd kregen ?
Telefonisch kregen we enkele onrustbarende berichten van het thuisfront. Door stortbuien en overvloedige regen was er sinds zondag op verschillende plaatsen in Vlaanderen wateroverlast.
Bij onze vriend Daniël was het overstroming in de garage, doordat de riolering het water niet kon slikken. (gelukkig zonder al te veel schade vernamen we later)
Tot hier hadden we onderweg zelf goed droog weer.
Vanaf Stenay volgden we verder landelijke wegen om langs Sedan, Bouillon, Bièvre,  en Beauraing in Wanlin terug de snelweg te nemen naar Vlaanderen.
Kort voor Namen trokken de onweerswolken zich samen en werden we vergast op een echte stortbui (welkom in België), slagregen, hagelbollen en windhozen inbegrepen.
Noodgedwongen maakten we een stop onder een brug, waar toch een beetje beschutting werd gevonden.
Eens het ergste voorbij verliep de rit vlekkeloos, en perfect op het afgesproken uur arriveerden we in restaurant –steakhouse “ Den Boondockx”.
Bij een lekker versterkend maal werd reeds nagekaart, en zelfs reeds vragen gesteld naar de plannen voor volgend jaar.
Daarna konden de "Die Hard's" de emoties nog doorspoelen in “De Zwaan” in onze thuishaven Uitbergen
 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu