2006 - Eifel - Touring Vrienden Uitbergen

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

2006 - Eifel

Onze Reizen
Zoals in de voorbeschouwing stond vermeld, bestaat de Eifelstreek voornamelijk uit een landschap dat gecreëerd werd door uitgebreide vulkanische activiteit vele eeuwen geleden.
Door erosie zijn de steile kraters gekrompen tot afgeronde heuvels met beboste flanken. Geen Alpen of Pyreneeën dus, maar eerder glooiende landschappen met verschillende ‘Maren’. Dit zijn meren die ontstaan zijn in de vroegere kraters van de vulkanen.
Doornaast is deze streek ook bekend door zijn stuwmeren, talrijke middeleeuwse burchtruïnes en oude ijzermijnen.
In de middeleeuwen was de Eifel de leverancier van meer dan 60 % van het ijzer voor gans Europa.
De vele bezienswaardigheden konden we natuurlijk niet allemaal bezoeken, daarvoor zouden we meerdere weken nodig hebben.
Afhankelijk van het weer en de vorderingen onderweg pikten we er de opmerkelijkste uit.
De route zelf was gekozen om zoveel mogelijk van de streek te kunnen genieten, we zochten voornamelijk de kleine binnenwegen uit om zoveel mogelijk de authenticiteit van de natuur en plaatselijke dorpjes te kunnen ontdekken
DAG 1: Heenreis
We vertrokken met enigszins betrokken weer langs de snelweg tot in Luik. Daar bezochten we het “Huis van de Metallurgie”, waar we de oudste technieken van de industriële smederij konden ontdekken, evenals een echte hoogoven. Daarnaast konden we er kennis maken met de geschiedenis van de stoommachines, van de dynamo en de eerste telefooncentrales.                 
Even voorbij Luik doken we de mooie veldwegen in. Aan de “Barrage de la Gileppe” genoten we bij een tas koffie en een eerste hongerstiller van het mooie uitzicht op het stuwmeer. De reusachtige leeuw op de stuwdam was goed te bezichtigen van op de uitkijktoren ‘Belvedère’. Spijtig genoeg was het nogal nevelig en betrokken, zodat het zicht beperkt bleef tot de omgeving van het meer.
Daarna reden we langs Jalhay, Charneux, Solwaster, Hockai, Xhoffraix en Malmedy richting Robertville, waar we ook halt hielden bij het stuwmeer om fotootjes te nemen. Daar in de buurt zijn ook het kasteel Reinhardtstein en de burcht Metternich te bezoeken, maar door tijdgebrek werd dit uitgesteld.
Het was wel de dag van de stuwdammen, want onze volgende halte was aan het meer van Butgenbach, waar op een nabij gelegen terrasje de mannen genoten van een lekkere verfrissing, en de vrouwen van een warme opkikker

Van hieruit trokken we de Duitse grens over richting Kronenbourg, waar we op het hoogste punt van het stadje de burchtruïne bezochten. Naast het mooie panorama dat zich hier aanbood was hier ook een merkwaardige kerk, die slechts steunt op één pilaar, te bezoeken. Spijtig genoeg was sluitingsuur al voorbij.
 
Langs Stadtkyll, Junkerath met zijn ijzergieterij , machinefabriek en smederijmuseum rijden we in Kerpen een prachtig bewaarde (nog bewoonde) burcht voorbij met een machtige toren.
 
Na een beetje zoekwerk kwamen we dan aan op onze bestemming in Uxheim, waar we na een verfrissende douche konden genieten van een lekker avondmaal in “Landgasthof Schröder“,  Kerpener Strasse 7  te  Uxheim – Niederehe.
 
DAG 2: Zuiden – Vulkaaneifel
Na een welverdiende nachtrust starten we de rit van onze tweede dag richting Pelm. Deze dag werd voornamelijk een tour-dag langs mooie binnenwegen met zelfs hier en daar een nijdige haarspeldbocht.
 
Langs Uxheim, Zilsdorf, Geroldstein met zijn Löwenburg ruïne, Kreisheimatmuseum, Geopark, Erlöserkirche en de bronnen (Helenenquelle in kurpark) komen we in Pelm, waar we halt houden aan de Kasselburg met zijn 40 meter hoge toren en adelaar- en wolvenpark.
 
Daarna zetten we koers naar Neroth, waar we spijtig genoeg voor de gesloten deuren van het  muizenvallenmuseum staan.
Onze weg dan maar verder gezet en langs Oberstadtveld bereiken we Wallenborn waar we na een drink en plaspauze de befaamde “Geiser (brubbel)  Eifel Geysir” aan het werk hopen te zien. En inderdaad, na lang geduld oefenen manifesteert dit eigenaardige natuurwonder zich verrassend.
Terug op de motor rijden we voorbij verschillende dorpen met elk hun eigen bezienswaardigheden:
Meisburg met zijn Schneidemuhle (watermolen die zagerij aandrijft
Bettenfeld met zijn Bergkratersee en Wolfsschlucht met Windsborn kratersee
Eisenschmitt met het Clara-Viebig centrum (soort openluchtmuseum)
Manderscheid met burchten (niederburg – oberburg), een Heimat en Smederij museum en een  Edelsteenslijperij

Verschillende “Maren” (Gemunder – Schalkenmehrer – Weinfelder – Pulver – Holz – Immerather – Meerfelder) passeren de revue, velen spijtig verborgen achter bebossing.
In Brockscheid houden we halt bij een authentieke klokkengieterij. Van de gelegenheid wordt ook gebruik gemaakt om de inwendige mens te laven.
Langs Udersdorf, Daun en Mehren- Schalkemeren bereiken we Steineberg, waar we na een fikse wandeling het “Vulkaner Infoplatform” (op Leyberg, 558 meter met platform op 28 meter) beklimmen.
Van daaruit hebben we een prachtig wijds uitzicht over de streek en kan men kilometers ver verschillende steden en dorpen herkennen. Deze toren maakt deel uit van een educatief circuit waar men de evolutie van het vulkanische landschap in beeld brengt en verklaart.
Om de inwendige mens te versterken dalen langs een kronkelende weg af tot in Urzig aan de oevers van de Moezel.
Terwijl we wachten op het eten stellen we vast dat niet alleen wij naar deze contreien afgezakt zijn. Tientallen motard en trikers schuiven genietend van de natuur aan ons overdekte terrasje voorbij. 
 
Na deze weldoende pauze toeren we langs Alf, Bad-Bertrich met zijn kuuroord met geneeskrachtige bronnen, Lutzerath, Kaisersesch en Monreal (aan de Elz, prachtig vakwerkpareltje met kerkje uit 17de eeuw en twee burgruïnes: burg Resch en Burg Monreal) verder naar Nurnburg met zijn vermaarde Formule1 renbaan en een Burgruïne op 687 meter met goed bewaarde Donjon.
Op het circuit was dit weekend een groot pop-rock-concert, en dit was te merken aan de massa’s toeschouwers die rond krioelden in die omgving.
Langs Uxheim reden we dan na deze lange dag in de natuur terug naar ons logement, waar een versterkend avondmaal ons wachtte. 
 
DAG 3: Noorden
Langs Dorsel, Wirft en Adenau met zijn vakwerkhuizen (vb. op markt nrs 4, 8 en 10) en kerk met 11de eeuws altaar zetten we ‘s morgens koers naar de “Hohe Acht”.  Dit is het hoogste punt van de ganse Eifel (747 meter) met bij de top een monument.
Langs glooiende hellingen met veel landbouw rijden we langs Kempenich (Burgruïne) naar het vermaarde “Maria Laach”, waar aan de oever van de Laacher See, het grootste vulkaanmeer van de Eifel(tot 53 meter diep), de beroemde abdijkerk van de xxxxxx staat. In deze indrukwekkende kerk zijn naast prachtige glas-in-lood ramen magnifieke mozaïeken te bewonderen. Miljoenen kleine tegeltjes flikkeren aan muren en plafonds.

Van hieruit steken we langs groene Michelin-weggetjes door naar de Ahr-vallei. In deze streek (ook een van de enige) wordt van de beste rode wijn van Duitsland verbouwd. Langs de middeleeuwse tweelingstadjes  ‘Bad-Neuenahr’  en ‘Ahrweiler’ bereiken we Mayshoss, waar schuin over het station de wijnkelders van de Coöperatieve continue te bezichtigen zijn. Na een interessante rondleiding (spijtig genoeg alleen maar in het Duits) waarbij de geschiedenis van de coöperatieve en de wijnbouw zelf uit de doeken gedaan werd, konden we een lekker glaasje proeven. Tussendoor hadden ook enkele hongerigen de weg gevonden naar de “Bratwurst mit Sauerkraut” aan de oevers van de Ahr. Met een lekkere Bitburger was ook dit niet te versmaden
De reis ging verder langs Effersberg, waar de grootste radiotelescoop van Europa (scherm van 100 meter) geplaatst is. Daar het bezichtigen van dichtbij een wandeling van enkele kilometers vereiste hielden we het bij een observatie vanop afstand (van aan de Imbiss).
Door tijdsgebrek schrapten we de rondrit van de Ruhrsee, en langs de heuvelruggen van de Rureifel bereikten we Blankenheim waar we na een bezoek aan de laatgotische Maria Himmelfahrt Kirche een gezellig terrasje opzochten. Dit stadje was nog voorzien van een gekanaliseerde middeleeuwse watervoorziening. Ook de bron van de Ahr is hier gelegen.
Na deze rustgevende stop werd de terugreis naar het hotel aangevat, waar ons terug een gezellige avond wachtte.
 De keuken in het hotel was voortreffelijk, en de kamers waren in orde. Dat onze vrouwen het na een lekker avondmaal goed met elkaar kunnen vinden ziet u op hiernaast staande foto.
  
DAG 4: Terugreis
Na een stevig ontbijt worden de motoren geladen voor de terugreis, die we iets later dan voorzien aanvangen langs de zuid-westkant van de Eifel.
Langs de Duitse boerenbuiten steken we door naar Kyllburg, met zijn burcht en een der fraaiste gotische kerken uit het Rijnland (kruisgang en glasramen). 
Langs Metterich, Idenheim en Meckel komen we in de streek van Irrel, ook wel het “Klein Zwitserland van de Eifel” genoemd.
Mooie holle wegen, waarop we volledig ingesloten door de bomen voortglijden volgen elkaar op, met als mooiste de ‘Teufelsschlucht’ bij Ferschweiler.
Door Bollendorf (op de grens met Luxemburg) rijden we verder naar Daleiden, waar we een der grootste en mooiste orchideeëntuinen van Europa bezoeken.
Van deze prachtige bloemen zijn hier naast massa’s gewone ook enkele UNIEKE exemplaren te bewonderen. Een mini dierentuin en een park met voorbeelden van de ganse flora uit de streek vervolledigen de site.
Van hieruit rijden we verder, en vooraleer we België binnenrijden bezoeken we nog een plaatselijk marktje, waar na de rondgang op een terrasje de plaatselijke lekkernijen worden geproefd.
 
Langs St.-Vith en Malmedy bereiken we Coo, waar we op een terrasje aan de waterval van een laatste versnapering genieten vooraleer de laatste kilometers huiswaarts aan te vatten.
Zoals steeds sluiten we ons weekend af met een goed avondmaal, deze maal in “Den Boondockx”, waarna we in Uitbergen nog een toast uitbrengen op de behouden thuiskomst.
 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu