2008 - Sauerland - Touring Vrienden Uitbergen

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

2008 - Sauerland

Onze Reizen
Deze reis ging door van Vrijdag 09 mei tot maandag 12 mei 2008.
Het Sauerland is een streek in het middengebergte in Midden-Duitsland.
De hoogte varieert van ongeveer 200 meter in het dal van de Ruhr tot ruim 840 meter in Hochsauerland, in de omgeving van Winterberg (Kahler Asten).
Het Sauerland wordt begrensd door het Bergische Land in het westen, het Ruhrgebied in het noordwesten, het dal van de Lippe in het noorden, het Waldecker Land in het oosten ,en het Rothaargebergte in het zuiden.
Sauerland ligt nagenoeg geheel in het stroomgebied van de Rijn. In Sauerland ontspringen vanwege de vele neerslag verschillende rivieren. Een aanzienlijk deel van deze rivieren wordt onderbroken door stuwmeren, die dienen voor wateropslag, regulatie van het waterpeil, recreatie en soms energievoorziening. Een aantal van de stuwdammen zijn gebombardeerd tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Sauerland biedt diverse mogelijkheden voor toerisme, onder andere:
* Wintersport in de omgeving van Winterberg en Willingen
* Waterrecreatie op en rond de Mohnesee, de Biggesee, de Edersee en de Diemelsee
* Grotten bij Attendorn
* Historie en cultuur, onder andere in Arnsberg, Meschede, Winterberg, Willingen, Korbach, Bad Wildungen en Attendorn
* Natuurgebieden zoals het Eggegebirge en het Arnsberger Wald .
Als logement hebben we een mooi motorvriendelijk hotel gekozen nabij Winterberg.
Sauerländer Hof Willingen
Schwalefelder Strasse 16
34508  Willingen
tel.: 0049/5632 6256
We kozen voor de formule met half pension, die voor feestdagen  (Sinksen) het voordeligste uitkwam.
Kort verslag
Met een stralende zon, die ons de ganse reis trouw zou vergezellen, vertrokken we om vijf na zes in Uitbergen. De echte oude kern, spijtig genoeg zonder Daniël en Annemie (werk) en Piwi  was stipt paraat.
Langs Antwerpen, Eindhoven en Venlo volgden we de autostrade tot juist voorbij Dusseldorf, waar we na 309 km  in Iserlohn de afrit namen om aan het echte motorplezier te beginnen.
Vanaf hier volgden we de kleinste (mooiste) binnenwegjes naar ons hotel. Langs Balve en Arnsberg kwamen we aan de Sorpesee, waar we van op een terrasje genoten van de koelte van het water. Langs Meschede en Olsberg kwamen we aan de Diemelsee, vanwaar we naar Willingen doorstoken.
De patron, zelf een motard stond ons op straat reeds op te wachten, en verwelkomde ons na het parkeren van de motoren met een speciaal Schnapsken. Totaal KM die dag 480. 
Dat de vrouwtjes het met de patron van het hotel goed kunnen vinden ziet u aan het plezier waarmee ze aangeboden degustiefjes binnenslabberen.
’s Zaterdags konden we na een lekker ontbijt, en terug met prachtig weer, starten aan onze eerste rondrit. Vandaag stonden de grote Sinksenjaarmarkt in Frankenberg, enkele stuwmeren, en de Willinger Hochheideturm op het programma.
Vanop deze recentelijk gebouwde toren hadden we een machtig uitzicht over de streek met zijn skipistes en bebossing.
Links ernaast ziet u een maquette ervan staan, en de rechtse zijwand van de toren werd gebruikt als klimmuur.
 
De streek ontpopte zich met dit zomerse weer tot een droom voor ons, motorrijders. Mooie wegen, magnifieke zichten op een gevarieerd landschap. Bossen, groene weiden met melkvee of van gezondheid glanzende paarden, kleurige akkers met allerlei agrarische teelten. Dit alles afwisselend met de mooie stuwmeren was alles wat we konden wensen. Om de vermoeidheid van de heenreis te milderen legden we op deze zaterdag slechts 176 kilometertjes af, maar het waren er dan ook mooie.

Op de bovengenoemde jaarmarkt in Frankenberg moeten ze geweten hebben dat we van den "boerenbuiten" waren, want Hugo en José mochten direct meehelpen bij de vee-keuring.

Op zondag legden we onze tweede tour van ditmaal 261 km af langs andere, maar even mooie wegen als reeds beschreven. Een van de hoogtepunten was vandaag de Ijzerertsmijn in Ramsbeck, waar we als echte mijnwerkers 1500 meter ver in de berg en 300 meter diep de mijn  bezochten. Een ervaren gids verklaarde ons de werking van zo een “Bergwerk” en lichtte ons in hoe zwaar het leven van de kompels die hier dagelijks moesten komen werken wel was.
Hierboven ziet u links de mijngang langs waar het kompeltreintje naar beneden reed, en rechts de ingang van de "blindschacht". De ingang van deze schacht bevindt zich 300 meter onder de grond, en liet de mijnwerkers toe af de dalen in het diepste van de mijn (tot 800 meter). Ook het gewonnen erts werd langs hier met wagentjes gebracht. Deze wagentjes werden dan langs de rails naar een kipinstallatie gebracht waar ze geledigd werden en terug naar beneden gestuurd om weer te vullen.
In de ruimte onder de kipinstallatie werd het erts reeds gedeeltelijk van steengruis ontdaan, en dan met een lopende band naar de buitenlucht gebracht.

Tweede grote stopplaats (naast de gebruikelijke plas en drink-haltes) was een van de mooiste druipsteengrotten van Duitland. In de “Atta-Höle” nabij Attenberg werden we door een iets minder begaafde gids rondgeleid in de duizenden jaren oude en per toeval ontdekte spelonken.
De kwaliteit van de foto's is spijtig genoeg slecht door het gebrek aan licht en omdat het in het geniep moest gebeuren, sorry daarvoor.
Wonderbaarlijk hoe de natuur ongelooflijk mooie creaturen kan maken met kalksteen, mergel en doorsijpelend water.
De verbindingswegen tussen deze bestemmingen voerden ons langs mooie kastelen en reusachtige stuwdammen.
Oneindig veel mooie bochtjes pikken, regelmatig een stopje en de soms verbazend variërende natuur waren een waar genot.
 
De terugreis op maandag, langs andere, nog niet verkende wegen, bracht ons prachtige natuur, rustgevende stuwmeren en bovenal veel motorgenot. In Engelskirchen, juist voor Keulen namen we de “autobahn”, om zo na 470 kilometertjes nog eens lekker de benen onder tafel te schuiven in “Den Boondockx”, waar de eerste herinneringen opgehaald werden, en de eerste plannen voor volgend jaar gesmeed werden.
Het hotel voldeed op alle vlakken. Nette en ruime kamers, en een kok die wist wat goed eten was. Voor herhaling vatbaar. Nog dank aan mijn trouwe navigator, ons “Josken”, die mijn vooraf uitgestippelde routes steeds weet te ontcijferen op de kaart achteraan op de motor, en ondertussen toch nog tijd vind om foto’s te nemen.
Wanneer onzen Hugo en den Yoery moe werden vonden ze onderweg ook steeds een aangepast zitje.
 Hopelijk volgend jaar minstens even goed weer.
De afwezigen hadden meer dan ongelijk.
 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu